Roel Opbroek

Prikkelbaar

Tijd voor een ranger evenement, ditmaal bij de Stichting Egelopvang in Zoetermeer. Op een, op onze auto na, nog lege parkeerplaats nabij de ingang hangen we de WWF vlag op. Symbolisch voor de huidige situatie rond natuurbehoud: er is nog veel ruimte om goede dingen te doen voor de Natuur, maar het WWF is aanwezig en waakzaam. We verwachten 15 kinderen, want meer ruimte is er niet dit keer. Vandaar ook een wachtlijst met bijna 30 (!) namen, onze evenementen trekken steeds meer de aandacht en ook van ver buiten onze regio. De deelnemers druppelen binnen, de regen ook. De prima voorbereiding van mijn bevlogen WWF maatje Gèraldine zorgt ervoor dat alles soepel verloopt. In de ranger paspoorten wordt een felbegeerd stempel gezet van weer een evenement dat zal worden bijgewoond door een jeugdige ambassadeur van de Natuur. Het doet je goed dat zo vele ouders van verre komen opdagen met hun kroost, op een druilerige zondagmiddag in november. De stelligheid waarmee ze hun kinderen de gelegenheid geven aanwezig te zijn doet een vrijwilligershart goed, hier ben je weer even tussen enthousiaste medestanders en behoef je niet uit te leggen waarom je dit soort werk doet, dat doe je namelijk “natuur”lijk. Ook de Panda pot wordt gespekt in het voordeel van de Egelopvang.


In colonne lopen we naar het complex waar de dak en thuisloze egels worden opgevangen, in een loods van Gemeentewerken. We letten uiteraard goed op bij het oversteken, we hebben de verantwoording over andermans oogappeltjes. Halverwege bedenk ik mij dat ik vergeten ben de WWF vlag weer in veiligheid te brengen en trek een sprintje naar de parkeerplaats, waar alles nog in devote rust is op de zondag. Ik ben nog op tijd weer terug bij de uitleg van Marja, vrijwilligster bij de Egelopvang en onze gids voor vanmiddag. We staan met in totaal zo’n 20 mensen, kinderen en volwassenen,  in een niet te grote ruimte tussen hokken waarin we de aanwezigheid vermoeden van het onderwerp van hedenmiddag: de egel. Ze komen hier omdat er van alles mis is met ze. Nog jong al bij de moeder weg in een moeilijk jaargetijde zijn ze soms sterk vermagerd en onderkoeld geraakt. Verwond door mens of dier is ook een reden, of in een vijver met te steile wanden en zonder levensreddend trapje gevallen en nog net op tijd er uit gevist. Zwemmen kunnen ze wel, maar hun uithoudingsvermogen is niet groot in het water. Op het land lopen ze met gemak een paar kilometer, als wandelend speldenkussen op zoek naar lekkere hapjes, zoals slakken en kevers. Gehoor en reuk zijn prima ontwikkeld, ze kunnen een slak horen kruipen. Dit gebouw is een oase voor egels die het in de boze buitenwereld even te moeilijk kregen. De opvang hier start in oktober en duurt tot in het voorjaar en draait volledig op vrijwilligers. Alleen al in oktober werden er 54 opgevangen, dus men voorziet beslist in een belangrijke behoefte. Ook buiten dit “hoogseizoen” worden egels opgevangen, maar door de dan geringere aantallen in beperkte particuliere sfeer van de vrijwilligers met een medische achtergrond.

In de ruimte is het schoon en netjes opgeruimd. Men is gewend om met weinig middelen veel te betekenen voor een dier dat het ook niet kan helpen dat hij toevallig in het drukke en voor hem gevaarlijke Nederland werd geboren. Ze worden gebracht door een dierenambulance of gewoon door een particulier, die zich over een hoopje ellende ontfermde. Zonodig gaat men ook zelf op zoek na een melding dat er iets mis lijkt met zo’n stekelig figuur. Ook een huidschimmel is een linke aanslag op de gezondheid. Een gezonde egel rolt zich op en verstopt daarmee de behaarde buik zonder stekels en de kwetsbare snuit. Een schimmel zorgt voor uitval van stekels en dat kan paradoxaal genoeg voor een egel juist de doodssteek betekenen.

Marja haalt een slaperig exemplaar voorzichtig uit z’n hok, waar hij tijdens de zondagse rust heerlijk lag te meuren in een berg krantensnippers in zijn egelslaapzak: een slim opgevouwen stuk krant als een megamodel frietzak. Die kranten worden overigens iedere dag verschoond, net zoals het eten en water. Kattenbrokjes staan op het menu, de spijsvertering van een egel is gevoelig. Medicijnen worden zonodig gegeven in zacht voer. Nog steeds is het niet bij iedereen bekend dat melk wel een lekkernij lijkt, maar diarree en daarmee wellicht de dood betekent voor deze stekelige typetjes. Alle egels hier behoren tot de soort Europese egel, met grijsbruin haar en dito stekels. Deze is beschermd en mag dus niet worden gevangen, kwaad worden gedaan of als huisdier worden gehouden. Men heeft hier in het opvangcentrum daarom een speciale ontheffing voor het tijdelijk huisvesten ervan. Uiteraard zijn er weer mensen die het niet kunnen laten en dus uit een ander land in bijvoorbeeld Afrika een witbuikegel als huisdier nemen, leuk voor de kinderen, waardeloos voor de ontheemde allochtoon. In Roemenië komen bijvoorbeeld Oost Europese egels voor die een stuk lichter grijs zijn. Op alle continenten, tot aan Australië aan toe, hebben de egels wel een plekje verworven.

Is een egel er echt slecht aan toe dan wordt deze via zogenaamde thuiszorg verzorgd, lekker behaaglijk op een warmtemat en in een handdoek gewikkeld. Als het wat beter met ze gaat en hun gewicht boven de 250 gram komt, komen ze naar de opvang en groeien door tot zo’n 500 gram. Als ze dan geheel gezond zijn worden ze in de winter in een afgesloten tuin van een gastgezin gezet, in een zogenaamde villa om in te overwinteren. In het voorjaar worden ze dan uitgezet in de vrije natuur en staan ze er weer gezond en wel alleen voor. Alle egels hier krijgen een naam, het is immers niet zo erg liefdevol om met slechts een nummer door het opvangleven te moeten gaan. Het slaperige exemplaar van zojuist heet Martine en kijkt ons aandachtig aan met vertederende kraaloogjes. De goeiigheid zelve vergeet ze zich op te rollen met behulp van de spier langs haar flanken, als bescherming tegen zo’n 20 paar ogen. Marja heeft keukenhandschoenen aan die ze na iedere egel grondig wast om te voorkomen dat infecties worden overgebracht. Een egel is feitelijk een viezerd, maar het is ook niet zo simpel om je zelf schoon te moeten houden als je een jas met stekels aanhebt. Alle bijzonderheden worden bijgehouden op een status, zeg maar een dagboek van iedere egel apart, dat netjes in plastic aan ieder bezet hok hangt. Martine is gevonden toen ze nog maar 240 gram woog, suffig en koud. Nu lijkt ze Hollands welvaren en lijkt aaibaar, maar dat wordt resoluut afgeraden, mede vanwege de standaard aanwezige parasieten. Iedere dag worden alle egels gewogen en vindt er een visuele controle plaats van de uitwerpselen, bij ziekte vertonen die vaak afwijkingen, vandaar. Zonodig wordt de ontlasting zelfs onderzocht op de aanwezigheid van bijvoorbeeld wormen, waarvoor de patiënt dan een prik krijgt om zich daarna weer poepgoed te voelen. Marja behandelt Martine met liefde en spreekt haar bemoedigend toe, het is mooi om te zien dat ook deze aardige volwassen mens een plekje heeft gevonden waar ze haar affectie met de natuur inhoud kan geven. Zachtjes wordt haar oogappeltje weer in het hok gezet, waar deze per direct de snippers in duikt, beetje verlegen zeker? Het hok gaat goed dicht, het komt nog wel eens voor dat een schooier ontsnapt en dan tijdens de nacht het hele gebouw doorsnuffelt. Men zoekt zich dan de blubbers na de schrik van een leeg hok.

Egels kunnen in het opvangcentrum al in winterslaap gaan. Om die reden wordt iedere dag heel voorzichtig de patiënt met slaapzak en al opgetild en wordt er aan de onderzijde gevoeld of er sprake is van een fors lagere temperatuur van de stekelige bontjas, Zo ja, dan wordt deze verder met rust gelaten en worden brokjes en water voor de zekerheid nog maar éénmaal per week verschoond. Zo nee, dan is het een simulant die graag wil uitslapen en wordt de gabber met kop en kont uit de snippers tevoorschijn gehaald. In de vrije natuur houden ze het in winterslaap met op zijn laagst een lichaamstemperatuur van nog maar vier graden Celsius en een veel lagere hartslag maandenlang vol, zonder eten of drinken, terend op hun vetlaag, heel knap! Normaal is hun temperatuur zo’n 38 graden Celsius, dus dat is fors lager. In de natuur kruipen ze dan vaak onder een grote hoop bladeren. Ik herinner me zo’n situatie in onze stadstuin vroeger, waar we ooit ons rot schrokken van een menselijk klinkende hoestbui vanonder zo’n hoop. Wellicht had ik het blijkbaar zieke dier toen moeten helpen, wist ik toen veel?

Bij tijd en wijle wordt de aandacht van de kinderen behoorlijk van de spreker afgeleid, als een egel even met zijn snuitje aan de voorzijde van een hok verschijnt. Direct daarna spurt deze dan de snippers van de veilige slaapzak in, verbaasd over de grote belangstelling van de buitenwereld. Niet iedere egel is overigens zo koddig, als het guitige uiterlijk van het snuitje ervan doet vermoeden. Maxim zit een paar hokken verder en heeft er standaard de pest in. Als hij, na inderdaad weer het netjes wassen van de handschoenen, uit zijn hokje wordt gehaald, sist hij ons als een pissige kat toe en rolt zich wel vrijwel geheel op. Eenmaal toch op de pootjes op de krant op tafel, springt hij expres op om te proberen de handen in zijn buurt eens lekker aan zijn stekels te rijgen, met recht uiterst prikkelbaar deze etterbak. Hij wordt maar gauw teruggezet en laat met een hoop gehoest horen dat hij nog niet in optimale conditie is en gewoon geen visite wil vandaag. Op een hok zit een prijslint, hetgeen uiteraard vragen oproept van de belangstellende jeugd. Er blijkt een “egel van de maand verkiezing” te zijn, waarin steeds weer wordt bepaald welke van de in die maand binnengebrachte inwoners het aardigst was. Ik vermoed dat Maxim daar niet bij zal horen. Als er niet zoveel egels in de opvang zijn worden de schotten, die de hokken in tweeën verdelen, weggehaald. In de natuur bewegen egels ook veel en ze hebben zo wat meer ruimte: twee onder één kap wordt één onder één kap zogezegd. Teveel eten is niet goed voor een egel, want dan kunnen ze zich niet meer geheel oprollen en zijn dus een gemakkelijke prooi na het terugzetten in tuin of vrije natuur.

We luisteren met aandacht naar het verhaal van de o zo slimme vos, die het presteert om over een opgerolde egel heen te plassen. Die denkt dan in het water te zijn gevallen en ontrolt zich om reddend te gaan zwemmen. De vos wacht op dit moment en de ex stekelbal heeft het gehad. Een wat minder onwelriekende oplossing is dat een vos voorzichtig met zijn poot een egel in een diepe plas of sloot biljart, maar die moet dan wel in de beurt zijn, anders begint dus het “gezeik”. In de Natuur eet een egel de schildjes van een kever, hetgeen de vorming van blauwzuur in een gelukkig lage dosering oproept. Daarmee heeft de slimmerik zijn eigen ontwormingsmiddel gemaakt, de Natuur heeft alles zelf al geregeld! In gevangenschap worden om dezelfde reden nog wel eens meelwormen gevoerd, waarin die zelfde stof aanwezig is. De meeste vrijwilligers van de Egelopvang zijn hier niet voor te porren, zo bevestigt Marja ons. Bovendien zit in deze kronkelende creaturen die in een dierenwinkel worden gehaald, vaak een conserveringsmiddel, foute boel dus voor een egel.

Na afscheid genomen te hebben van alle levende have, nemen we nog even een kijkje in de ruimte ernaast. In een vitrine staan een paar opgezette exemplaren van egels die het niet hebben gehaald, te gebruiken voor educatieve doeleinden. De attent door Gèraldine meegebrachte drinkbekers worden voorzien van een slok siroop en aangelengd met water voor de aanwezige kinderen, zelfs een doosje met Smarties is voor ieder voorzien. Een mapje met wetenswaardigheden over de egel, dat ieder kind krijgt uitgereikt, komt mij erg bekend voor, want mijn echtgenote beunde deze in elkaar voor het goede doel. We zegge Marja goedendag en spreken af nog nieuwe data te bepalen voor een herhalingsbezoek met de kinderen op de wachtlijst. Mooi dat er zoveel belangstelling is voor dit prima werk van mensen die gek zijn op de egel Natuur. Daarna zal de balans worden opgemaakt van de Panda pot en gaat de opbrengst naar de Stichting Egelopvang. Wellicht dat er nog een cursusje reïntegratie afkan voor de nukkige sissende Maxim? We lopen terug naar de parkeerplaats, waar de ouders van “onze rangers” al weer staan te wachten. Na weer een geslaagd ranger evenement keren we voldaan huiswaarts. Als ik thuiskom en zoals gewoonlijk enthousiast wordt opgewacht door een stel katten, valt mij op hoe heerlijk zacht hùn velletje eigenlijk is!

Naar het overzicht van de verhalen over het vrijwilligerswerk voor het Wereldnatuurfonds